Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Datum: november 2014

“Waterschappen moeten inspelen op veranderende maatschappij”

Dat stelt Roel Bronda, hoofd van de afdeling Watersysteembeheer van hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en trekker van het netwerk Sociale Innovatie* van de Unie van Waterschappen. Volgens hem zijn waterschappen heel goed in technische innovaties, maar hebben ze weinig oog voor de noodzakelijke veranderingen op organisatorisch vlak.

Om zijn stelling te onderbouwen haalt Bronda de wateroverlast aan die eind juli in het beheersgebied van het hoogheemraadschap optrad als gevolg van hevige neerslag. “In onze regio was sprake van veel wateroverlast en al snel waren onze mensen intensief bezig met hun uitvoeringstaken. Op zich is dat natuurlijk heel goed, maar je zag ook dat er tegelijkertijd weinig aandacht was voor onze klanten. Terwijl het juist in dit soort situaties heel belangrijk is om goed in te spelen op de informatiebehoefte van je omgeving.”

In de genen

“Onze neiging om direct aan de slag te gaan met technische oplossingen – welke sluizen moeten we open zetten en waar moeten we extra pompcapaciteit inzetten? – is natuurlijk niet vreemd. De techniek induiken zit ons in de genen en als er wateroverlast optreedt moeten we natuurlijk ook zo snel mogelijk aan de slag om problemen en schade zoveel mogelijk te voorkomen. Dat neemt niet weg dat we als waterschap ook moeten anticiperen op de veranderende maatschappij. Zo vind ik dat je als moderne overheid je klanten direct moet laten weten hoe je probeert de overlast te minimaliseren, mensen moet uitnodigen om mee te denken en oog moet hebben voor de reacties van het publiek.”

Twitter

Bronda vervolgt: “In juli kon je bijvoorbeeld zien dat de wateroverlast op Twitter een ‘trending topic’ was. Wij deden het niet, maar als moderne overheidsorganisatie hoor je daar direct op te reageren. Bijvoorbeeld door te laten weten dat je als waterschap ook verrast was door de enorme hoeveelheid neerslag die in korte tijd viel. Zo’n reactie biedt je de mogelijkheid om begrip te vragen dat je het probleem misschien niet op alle punten helemaal goed aanpakt.”

*) Sociale Innovatie: bij sociale innovatie gaat het om vernieuwende werkwijzen, processen en regelgeving die leiden tot betere prestaties en ontplooiing van talenten binnen organisaties en tot betere samenwerking met andere partijen. Daarmee schept sociale innovatie de condities die nodig zijn om technische innovaties te implementeren.

Urgentie

Volgens Bronda is een dergelijke manier van reageren voor waterschappen relatief nieuw. “Innoveren is ons niet vreemd, maar tot nu toe beperken we ons hoofdzakelijk tot technische innovaties en doen we vrijwel niets aan sociale innovatie. Om medewerkers bewust te maken dat we ook op dit gebied moeten veranderen zijn gebeurtenissen als de wateroverlast van afgelopen zomer heel geschikt. Dit soort ongewenste voorvallen en de bijbehorende reacties van onze klanten, laat ze heel duidelijk de urgentie voelen dat we anders moeten gaan werken en communiceren.”

Van elkaar leren

Corné Nijburg, directeur van het Water Governance Centre neemt ook deel aan het netwerk Sociale Innovatie. Over het belang van dit netwerk is hij helder: “Sociale innovatie is niet iets nieuws en veel organisaties zijn er al jaren mee bezig. Tot voor kort gebeurde het echter vooral impliciet. Met het netwerk willen we bevorderen dat waterschappen expliciet over sociale innovatie nadenken. Daarbij gaat het zowel om een andere manier van omgaan met de omgeving, maar ook om het vermogen om vernieuwend te denken, regels en procedures aan te passen en snel te schakelen. Binnen het netwerk bespreken we alle vormen van sociale innovatie en de manier waarop partijen er invulling aan geven. Zo leren we van elkaar en kan iedereen er zijn voordeel mee doen en bedenken hoe sociale innovatie binnen de eigen organisatie kan worden toegepast.”

Grondwatervervuiling

“Een mooi voorbeeld vind ik de manier waarop waterschap Vallei en Veluwe samenwerkt met de provincie Gelderland en de gemeente Ede bij de aanpak van een grondwatervervuiling. Hoewel deze verontreiniging de komende honderd jaar geen probleem zal vormen voor het waterschap, heeft het toch besloten om samen met de provincie en gemeente de verontreiniging aan te pakken. Eerst hebben de drie partijen in kaart gebracht wat maatschappelijk en economisch de beste oplossing was. Vervolgens hebben ze overlegd over de kosten, rekening houdend met elkaars positie en rol. Dat heeft ertoe geleid dat de kosten niet gelijk over de drie partijen zijn verdeeld, maar dat de provincie en gemeente elk de helft van de investering voor hun rekening nemen en het waterschap zorgt voor het beheer en onderhoud.”

Vergunningplicht

“Een ander aansprekend voorbeeld vind ik de ‘Ja, tenzij keur’ van het hoogheemraadschap van Rijnland. In eerste instantie vanuit de behoefte om te dereguleren, heeft Rijnland kritisch gekeken welke activiteiten via een keurvergunning moeten worden geregeld en welke via zorgplicht of algemene regels zijn te regelen. Daarvoor heeft Rijnland per activiteit beoordeeld of deze gepaard gaat met risico’s voor het watersysteem en de waterveiligheid. Als dat niet het geval was, is de vergunningplicht afgeschaft. Achterliggende gedachte is dat Rijnland een overheid wil zijn die vertrouwen heeft in haar klanten. Dat zorgt niet alleen voor een betere relatie

tussen het waterschap en de ‘ingelanden’, maar ook voor een kostenbesparing omdat er aanzienlijk minder vergunningaanvragen hoeven worden behandeld.”

Slim watermanagement

Nijburg vervolgt: “Wateroverlast door hevige neerslag kun je in veel gevallen voorkomen door slim watermanagement en het benutten van bergingscapaciteit elders, bijvoorbeeld in het watersysteem van je buren. Dat moet je alleen niet willen regelen in waterakkoorden. Die weg is veel te formeel en belemmert snel handelen. Voor dit soort slimme oplossingen, die per keer verschillend kunnen zijn, moet je goede afspraken maken met de waterschappen om je heen. Ook dat is sociale innovatie.”